Siem: van versnippering naar samenspel
‘We voelen de ruimte om te doen wat nodig is voor de cliënt’
In 2025 is samenwerkingsverband Siem halverwege de opdracht die in 2023 begon. Tien zorgorganisaties en elf gemeenten werken aan één gezamenlijke ambitie: ondersteuning organiseren die beter aansluit bij het leven van inwoners. Gertrude Graumans (bestuurder RIBW Brabant en voorzitter stuurgroep Siem) en Stef van de Weerd (domeinmanager regio Hart van Brabant) maken de balans op.
Tot 2022 waren er in de regio Hart van Brabant meer dan honderd partijen voor Wmo-hulp. Dat was onoverzichtelijk voor mensen met een hulpvraag. En voor gemeenten was het moeilijk om – met zoveel aanbieders – de kwaliteit van zorg te garanderen. Siem ontstond vanuit de wens om zorg binnen de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) anders te organiseren. De ambitie: een minder versnipperd zorglandschap dat dichter bij het dagelijks leven van inwoners staat.
Wat begon als een coalitie vanuit een gezamenlijke aanbesteding in 2023, groeide uit tot een nieuwe manier van werken in partnerschap met gemeenten. Stef: “Ons regionale contractteam werkt nauw samen met Siem. En binnen Siem werken professionals uit verschillende organisaties weer met elkaar samen in gebiedsteams. Iedereen voelt zich gezamenlijk verantwoordelijk voor de maatschappelijke opgave: doen wat nodig is, vanuit partnerschap, vertrouwen en met oog voor de inwoner.”
Doen wat nodig is
“De schotten tussen de verschillende ‘moederorganisaties’ zijn weggenomen. Teams worden echt Siem”, zegt Gertrude. “Dat werkt: collega’s werken met plezier, leren van elkaar, voelen de ruimte om te doen wat nodig is voor de cliënt en daarin nieuwe dingen te proberen.”
De manier van werken is ook inhoudelijk veranderd. “We willen met elkaar beweging organiseren in het leven van inwoners. Dat bereik je meestal niet met standaardindicaties, maar met ondersteuning die meebeweegt. We zeggen daarom niet meer aan de voorkant: ‘u heeft recht op vier uur zorg’, maar vragen wat iemand nodig heeft om een stap verder te komen. Misschien is dat de ene periode tien uur en de andere één uur.”
Afscheid van onderaannemers: een noodzakelijke stap
Een van de meest zichtbare – en gevoelige – ontwikkelingen binnen Siem in 2025 is het afscheid van een groot deel van de onderaannemers. “We werken toe naar een toekomstbestendiger zorglandschap”, zegt Gertrude. “Dat betekent keuzes maken. Wat we zelf kunnen, doen we zelf. In 2025 is het aantal onderaannemers binnen het samenwerkingsverband daarom met ongeveer 80% teruggebracht.”
Een maatregel die veel impact had voor inwoners of cliënten. Gertrude: “Mensen vroegen zich af waarom ze opeens een andere hulpverlener kregen, zij waren zelf vaak niet ontevreden. Daarom hebben we ingezet op warme overdrachten. Niemand mag tussen wal en schip vallen.” Ook voor onderaannemers was dit ingrijpend. “Veel van hen hebben met hart en ziel voor hun cliënten gewerkt, zij waren het er niet altijd mee eens dat ze gedwongen afscheid moesten nemen.”
Die discussie bereikte ook de politiek. Gertrude: “Emoties liepen hoog op. Er werden kritische vragen gesteld over de kwaliteit die Siem levert. Dat raakt ons, en vooral onze medewerkers die zich elke dag inzetten voor goede zorg.” Tegelijkertijd is die keuze volgens haar en Stef noodzakelijk. “Omdat het zorglandschap zo versnipperd was, waren processen soms heel onnatuurlijk en onplezierig voor inwoners”, zegt Stef. “Een voorbeeld: mensen moesten hun verhaal vaak doen voordat ze goed en wel hulp kregen. Eerst voor een beschikking. Vervolgens bij een hulpverlener, soms zelfs meerdere. Dat leidt tot onduidelijkheid, vertraging en onnodige bureaucratie. Het kost ook veel geld, dat beter in daadwerkelijke zorg gestoken kan worden.”
Door afscheid te nemen van onderaannemers en te werken met herkenbare gebiedsteams, wordt het Wmo-zorglandschap overzichtelijker en beter stuurbaar. Bovendien is de kwaliteit van zorg beter te borgen en wordt de ondersteuning overzichtelijker en mensgerichter. Minder schakels, meer samenhang en vooral: sneller de juiste hulp voor de cliënt.
Een nieuwe digitale ondersteuningstool
Een andere belangrijke stap in 2025 is de introductie van een nieuwe digitale tool voor het ondersteuningsplan. Die tool ondersteunt de nieuwe manier van werken.
Gertrude: “We maken altijd een ondersteuningsplan met al onze cliënten. Dankzij deze nieuwe tool kunnen cliënten daar zelf ook in kijken. Samen met hun begeleiders kiezen ze aan welke doelen ze gaan werken en op welke manier. Na een tijdje evalueren cliënten en begeleiders hun voortgang of verschillende leefgebieden.”
Stef vervolgt: “Veel data waren er al, maar ook hier gold: versnipperd. Door al die informatie in één tool samen te brengen, uiteraard anoniem, ontstaat geleidelijk meer inzicht over wat er speelt in een gebied. Waar hebben mensen behoefte aan? Daar kunnen we op sturen.”
Siem maakt aantoonbaar impact
In 2025 liet Siem een impactmeting uitvoeren door RadarAdvies. De belangrijkste conclusie: in korte tijd is een stevige basis gelegd voor Siem. Stef is trots: “Veel van wat Siem doet hebben we van tevoren bedacht en het is tof dat het in de praktijk daadwerkelijk blijkt te werken. Inwoners worden sneller geholpen, ondersteuning sluit beter aan op hun dagelijks leven en cliënten ervaren meer regie.”
Tegelijkertijd zijn er ook aandachtspunten. De werkdruk is hoog en de samenwerking in de wijk kan nog sterker. Gertrude: “Dat is ook logisch. We zijn nog volop in ontwikkeling. Dit soort grootse systeemveranderingen kosten tijd.”
Vooruitkijken
Het oorspronkelijk contract loopt tot en met 2026. Er is al twee jaar verlenging toegekend, en ruimte voor nog een extra verlenging. Daarmee is duidelijk dat gemeenten en partners door willen met Siem.
Stef: “De grootste doorontwikkeling die we voor de komende periode voor ogen hebben is de gebiedsteams van Siem en de welzijnspartijen en lokale voorzieningen nog beter op elkaar aan te laten sluiten. Een sterkere samenwerking met het voorliggend veld kan namelijk helpen om zwaardere zorg te voorkomen, door lichte, preventieve ondersteuning te bieden en mensen te laten meedoen. Het brengt ondersteuning dichterbij. Tegelijk is het een complexe opgave door verschillen tussen gemeenten en vraagt het de komende jaren om verdere uitwerking en afstemming.”
Ook de balans tussen samenwerking en autonomie blijft een aandachtspunt. Gertrude: “We doen alles samen. Organisaties kunnen niet zomaar meer zelfstandig beslissen om bijvoorbeeld ergens extra plekken voor beschermd wonen te realiseren, dat moet altijd in afstemming met de andere partners. Dat kost tijd. Je bent afhankelijk van elkaar. Tegelijk is dat ook de kracht, want we streven allemaal dezelfde opdracht na. Het zorgt voor betere gezamenlijke keuzes.”
Voor Gertrude ligt er daarnaast een andere uitdaging: “We horen nu al wel eens Siem-collega’s zeggen: ik heb niet zoveel meer met de moederorganisatie. Maar die band blijft wel belangrijk. Want de moederorganisaties hebben allemaal hun eigen kernkwaliteiten en expertises, en zij blijven verantwoordelijk voor de deskundigheidsbevordering en ontwikkeling van medewerkers. Als we niet uitkijken, blenden de Siem-teams ‘te goed’. We moeten voorkomen dat we een grijze massa worden, want de rijkheid aan verschillende expertises in de gebiedsteams is juist de kracht van Siem.”
Stef besluit: “We hebben dus nog wel het een en ander uit te vinden met elkaar. Maar daarvoor hebben we de afgelopen jaren het vertrouwen én de juiste relaties opgebouwd. Dat maakt dat we samen verder kunnen!”












